Wat is jouw diagnose?
“Zo, vertel eens: wat is jouw diagnose?” “Ehm, ik ben Gerrit en ik ben 14 jaar.” “Haha, ja, dat is jouw naam, maar ik vraag nu jouw diagnose. Dan weet ik hoe ik met jou moet omgaan.”
“Zo, vertel eens: wat is jouw diagnose?” “Ehm, ik ben Gerrit en ik ben 14 jaar.” “Haha, ja, dat is jouw naam, maar ik vraag nu jouw diagnose. Dan weet ik hoe ik met jou moet omgaan.”
Is dat een vraag die u zichzelf als ouder weleens stelt? Wat is de meerwaarde van het weten dat onze zoon of dochter een diagnose heeft? Of voor jezelf, als iemand die een diagnose heeft gekregen? En wat zegt de omgeving: “Wat heftig dat jouw kind deze diagnose heeft. Nu ga je zeker heel anders met hem of haar om?”
Nee. Verandert uw gedrag naar een persoon werkelijk doordat u een diagnose kent?
Van Dale omschrijft diagnose als het onderkennen van de aard van een ziekte uit de verschijnselen. Schrikt u niet met mij van het woord ziekte? Een diagnose verzamelt kenmerken, geeft er een naam aan en wordt vervolgens al snel gezien als een ziekte.
Uw zoon of dochter heeft kenmerken binnen het autismespectrum. Maken behoefte aan structuur, een gedetailleerd waarnemingsvermogen of zwart-witdenken iemand dan direct ziek? Worden we hier niet wakker geschud om te leren omdenken en juist de kwaliteiten van uw zoon of dochter te waarderen?
Rapporten en observatieverslagen kunnen nodig zijn, maar vanuit de hulpverlening moeten we een kind nooit zien als een diagnose met daarbij een persoon. Uw kind is een jongen of meisje met een naam, hopelijk geliefd door vader en moeder. Samen kijken we hoe we kunnen helpen en wat nodig is om het leefbaar te houden voor het gezin en comfortabel voor degene met de diagnose.
Ik ben geschrokken van de bureaucratie in de jeugdzorg en van de momenten waarop aan het eigenlijke doel, de jongere, voorbij wordt gegaan.
Daarom wil ik u bemoedigen als ouders, verzorgers en als jongere of oudere zelf. Laat dat papier voor wat het is en leg de naam van je diagnose naast je neer. Het moet een hulpmiddel zijn zodat we goed met elkaar kunnen omgaan.
Die jongen is niet “autistisch”. Hij heet Gerrit.
