Accepteren van het Autisme hebben
Hier wil ik iets persoonlijks vertellen. Over het proces van accepteren dat ik ASS heb. Ik was boos dat ik ASS heb. Ook boos op God: waarom ben ik zo gemaakt? Ik accepteerde mijzelf niet. Ik voelde me ook niet geaccepteerd door de mensen om mij heen. Ik voelde me duidelijk anders. Ik begreep mijzelf...
Hier wil ik iets persoonlijks vertellen. Over het proces van accepteren dat ik ASS heb. Ik was boos dat ik ASS heb. Ook boos op God: waarom ben ik zo gemaakt? Ik accepteerde mijzelf niet. Ik voelde me ook niet geaccepteerd door de mensen om mij heen. Ik voelde me duidelijk anders. Ik begreep mijzelf niet. Maar dat idee had ik ook van mijn omgeving. Op school zat ik vaak op de gang, soms zonder dat ik naar mijn idee iets gedaan had. Ik moest naar trainingen, werd anders behandeld en hoorde mensen over mij praten. Heel vaak werd ik boos. Ik voelde me niet begrepen door mijzelf en door mijn omgeving. Het frustreerde mij enorm. Ik kon niet naar een gewone middelbare school. Ik kon niet op de fiets naar school. Het anders zijn werd steeds duidelijker. Ik kon niet meer thuis wonen en woonde in een woonvorm. Ik slikte medicijnen, werd afgekeurd, werkte op een dagbesteding en had school niet afgemaakt. Als ik om mij heen keek naar leeftijdgenoten, zag ik heel duidelijk dat mijn leven anders liep. Woest was ik. Waarom ben ik zo? Waarom ben ik zo geschapen?
Ik heb daar veel mee geworsteld. Totdat ik, toen ik 24 was, Psalm 139 las. Daar staat in vers 16: “Uw ogen hebben mijn ongeformeerde klomp gezien” en in vers 15: “als ik in het verborgen gemaakt ben”. God heeft mij toen gezien. Hij heeft mij bewust gemaakt zoals ik ben. God is vertrouwd met mij zoals ik ben. Het was voor God niet verborgen dat ik geboren zou worden met ASS. Ik moest denken aan de schepping: God had alles geschapen en zei daarna dat het zeer goed was. God maakt geen fouten, ook niet met ons. Ik ging op zoek naar de positieve kanten van ASS. Welke krachten heb ik hierdoor? Ik begon me meer te verdiepen in het brein van iemand met ASS. Ik kon accepteren en waarderen dat ik ASS heb, omdat God mij zo gemaakt heeft met een doel. Ik ben niet minder dan een ander. Het is een weg geweest om volledig te accepteren wie ik ben. Nog steeds kan ik ermee worstelen als ik aanloop tegen de kwetsbaarheden van ASS, als ik dingen moeilijker vind, iets niet begrijp of overprikkeld raak. Maar ik mag er gelukkig meer in berusten. Ik kan bepaalde kenmerken inzetten als kracht. Ik en jij: wij mogen er zijn.
Bijna een jaar geleden ben ik getrouwd. In het huwelijksgesprek vroeg de dominee of wij een psalm hadden die we graag wilden zingen in de dienst. Ik dacht direct aan Psalm 139, uit dankbaarheid maar ook als bemoediging. God heeft ons gezien vanaf het moment dat wij geweven zijn in de moederschoot. God maakt geen fouten. Het is goed zo.
